QUEST-CLC

QUalitative & Effectiveness study to Select optimal Treatment - for CLuster-C personality disorders

Nieuwe Publicatie: Ervaringen van cliënten met een cluster-C persoonlijkheidsstoornis op verschillende behandelingen

Voor het volledige artikel, ga naar: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/pdf/10.1002/jclp.70228


Hoe ervaren cliënten met een cluster-C persoonlijkheidsstoornis hun behandeling?

Ervaringen met individuele schematherapie, groepsschematherapie en de gebruikelijke behandeling

Achtergrond
Cluster-C persoonlijkheidsstoornissen, waaronder de vermijdende, afhankelijke en dwangmatige persoonlijkheidsstoornis, komen veel voor, maar zijn relatief weinig onderzocht. Schematherapie is een van de aanbevolen behandelingen en wordt zowel individueel als in een groep gegeven. Deze therapie richt zich op hardnekkige patronen in gedachten, gevoelens en gedrag, die vaak samenhangen met belangrijke behoeften die in de jeugd onvoldoende zijn vervuld.

Eerder onderzoek liet zien dat schematherapie effectief kan zijn bij cluster-C persoonlijkheidsstoornissen. Over hoe cliënten deze behandeling ervaren, is minder bekend. Wat vinden zij behulpzaam of juist moeilijk? En hoe ervaren zij de groep, de band met de therapeut en de opbouw van de behandeling?

We interviewden 30 deelnemers aan de QUEST-CLC-studie die individuele schematherapie, groepsschematherapie of de gebruikelijke behandeling voor persoonlijkheidsstoornissen hadden gevolgd. Hun ervaringen helpen ons beter te begrijpen wat er tijdens de behandeling gebeurt en waar verbetering mogelijk is.

Groepstherapie: herkenning én ruimte voor jezelf
De meeste deelnemers ervaarden de groep als een veilige plek, waar herkenning en verbinding centraal stonden. Het besef dat anderen soortgelijke problemen hadden, hielp hen om hun klachten beter te begrijpen en zich minder alleen te voelen. Tegelijkertijd ervaarden deelnemers soms te weinig tijd en diepgang om aan persoonlijke doelen te werken. Dit werd niet genoemd door de geïnterviewde deelnemers aan individuele schematherapie.

Anderen helpen werd als prettig ervaren, maar kon ook ten koste gaan van het eigen herstel. Sommige deelnemers hielden hun problemen voor zich of maakten deze kleiner, omdat die van anderen ernstiger leken. Verhalen van groepsgenoten konden bovendien negatieve gevoelens en soms lichamelijke klachten oproepen. De groep kan dus helpen om bestaande patronen te doorbreken, maar deze mogelijk ook versterken. Het is belangrijk dat therapeuten letten op overmatige aandacht voor anderen en deelnemers helpen om hun eigen behoeften en grenzen aan te geven.

In de groepsschematherapie stroomden elke tien weken deelnemers in en uit. Deelnemers begonnen als junior, werden na tien weken medior en vervolgens senior, en stroomden na dertig sessies uit. Deze opbouw hielp hen geleidelijk meer zelfvertrouwen te krijgen. Het herhaaldelijk afscheid nemen en opnieuw delen met nieuwe groepsgenoten werd echter vaak als lastig ervaren. In de seniorfase lag de nadruk volgens sommige deelnemers te veel op het helpen van anderen en te weinig op hun eigen herstel.

Deelnemers die een gebruikelijke behandeling in groepsvorm hadden gevolgd, beschreven vergelijkbare voordelen en moeilijkheden. Deze ervaringen lijken daarmee niet uitsluitend kenmerkend voor groepsschematherapie.

De band met de therapeut
In alle behandelvormen was de band met de therapeut belangrijk. Deelnemers waardeerden een actieve, sturende en confronterende houding, mits deze gepaard ging met warmte, erkenning en gelijkwaardigheid. Zij hadden behoefte aan een therapeut die hen hielp vermijding te doorbreken, maar ook begreep welke angst dit opriep: niet te voorzichtig, maar ook niet te veel ‘pushen’.

In de groep vroegen sommige deelnemers om meer aandacht voor de groepsdynamiek, bijvoorbeeld door eerder in te grijpen bij dominante groepsleden en stillere deelnemers meer te stimuleren. Aanvullende individuele sessies werden gewaardeerd, omdat daarin persoonlijke behoeften aan bod konden komen. Sommige deelnemers hadden hiervoor actiever uitgenodigd willen worden.

Een persoonlijke klik met de therapeut hielp om open te zijn en vertrouwen op te bouwen. Een wisseling van therapeut werd meestal als belemmerend ervaren, al leidde die soms tot een betere match. Tijdige communicatie en een zorgvuldige overdracht kunnen zo’n overgang ondersteunen.

De technieken van schematherapie
Het modusmodel beschrijft verschillende toestanden waarin gevoelens, gedachten en gedrag samenkomen. Het hielp veel deelnemers om hun patronen te begrijpen en er anders mee om te gaan. Tegelijkertijd vonden zij het model vooral in het begin complex, en na de behandeling waren veel onderdelen weer vergeten. Een eenvoudiger model, toegespitst op de persoon, zou kunnen helpen om de inzichten beter vast te houden.

Bij imaginaire rescripting worden pijnlijke herinneringen in de verbeelding opnieuw beleefd en krijgt het verloop een andere invulling, met aandacht voor wat iemand destijds nodig had. Veel deelnemers waren vooraf sceptisch of terughoudend en vonden dit het zwaarste onderdeel van de therapie. Achteraf ervaarden de meesten het echter als waardevol, en soms zelfs noodzakelijk. Het bood nieuwe perspectieven en hielp bij de verwerking van pijnlijke ervaringen en het herkennen van emotionele behoeften.

Sommige deelnemers hadden moeite om herinneringen voor zich te zien, waardoor zij minder aan deze techniek hadden. Dit vraagt om aandacht voor wat iemand nodig heeft en eventuele aanpassingen. Ook stoelentechnieken en rollenspellen riepen soms ongemak op, maar werden over het algemeen als helpend en soms als bevrijdend ervaren.

Wat maakte deelname moeilijk?
Sommige deelnemers hadden moeite met de technieken of de sessies. Veelgenoemde belemmeringen waren vermijding, hoge eisen aan zichzelf en moeite om bij gevoelens te komen. Deze problemen passen bij cluster-C persoonlijkheidsstoornissen en vragen om een aanpak die begrip combineert met het stimuleren van verandering.

Enkele deelnemers beschreven daarnaast dat klachten die zij in verband brachten met autisme of ADHD het moeilijker maakten om mee te komen in de groep. Meer onderzoek is nodig om te begrijpen hoe bijkomende klachten de behandeling beïnvloeden en welke aanpassingen kunnen helpen.

De opbouw en afronding van de behandeling
Deelnemers waren over het algemeen positief over de structuur van hun behandeling. Wel wensten zij meer sessies en meer ruimte voor persoonlijke doelen. De terugkomsessies na de wekelijkse behandeling werden gewaardeerd, maar vaak als te kort en onvoldoende ondersteunend ervaren.

Binnen de groepsschematherapie was vooral behoefte aan meer uitdaging en aandacht voor het eigen herstel in de seniorfase. Bij individuele schematherapie wensten deelnemers meer flexibiliteit en afstemming op persoonlijke behoeften. Binnen het onderzoek was daarvoor minder ruimte.

Conclusie
Deelnemers beschreven zowel waardevolle als moeilijke kanten van hun behandeling. Herkenning in de groep, een warme én sturende therapeut en de technieken van schematherapie werden als helpend ervaren. Tegelijkertijd vragen voldoende ruimte voor persoonlijke doelen, aandacht voor groepsprocessen en ondersteuning na afloop om extra aandacht. Deze ervaringen bieden concrete aanknopingspunten om de behandeling beter af te stemmen op wat cliënten nodig hebben.

Nieuwe Publicatie: Ervaringen van cliënten met een cluster-C persoonlijkheidsstoornis op verschillende behandelingen

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven