QUEST-CLC

QUalitative & Effectiveness study to Select optimal Treatment - for CLuster-C personality disorders

Nieuwe publicatie: Kwaliteit van leven en maatschappelijke kosten voor cluster-c persoonlijkheidsstoornissen

Voor het volledige artikel, ga naar: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/pdf/10.1002/jclp.70109

Samenvatting

Cluster C persoonlijkheidsstoornissen (vermijdende, afhankelijke en dwangmatige persoonlijkheidsstoornis) worden voornamelijk gekenmerkt door spanningen en angsten1.  Mensen met cluster C ervaren daardoor grote lijdensdruk, wat zich uit in verminderde fysieke en mentale gezondheid, negatieve invloed op functioneren en beperkte sociale contacten en romantische relaties2,3. De prevalentie van cluster C persoonlijkheidsstoornissen wordt hoog ingeschat: tot wel 30% bij mensen die in behandeling zijn voor psychische klachten4

Ondanks de hoge prevalentie en lijdensdruk is cluster C, vergeleken met borderline persoonlijkheidsstoornis, weinig onderzocht en minder onder de aandacht5. Dit is zorgelijk, omdat het gebrek aan aandacht kan leiden tot minder erkenning van klachten door het sociale netwerk. Daarnaast kan door het internaliserende karakter (de klachten presenteren zich minder naar de buitenwereld toe), de diagnose sneller over het hoofd worden gezien door hulpverleners. Als iemand bijvoorbeeld aangeeft last te hebben van afwijzing in sociale situaties, kan er gedacht worden aan een angststoornis, terwijl er onderliggend sprake kan zijn van een cluster C persoonlijkheidsstoornis. Dit kan ertoe leiden dat behandelingen zich eerst richten op comorbide stoornissen, zoals depressie of angst5, waardoor de juiste behandeling voor cluster C niet of pas later wordt gegeven. Inadequate behandeling kan dan weer zorgen voor onvoldoende herstel, omdat aan de werkelijke problematiek voorbij wordt gegaan. Verder kunnen cluster C symptomen soms gebagatelliseerd of over het hoofd gezien worden, omdat sommige symptomen, zoals perfectionisme en hoge eisen, door de maatschappij als positief worden beschouwd, terwijl de persoon er zelf veel last van kan hebben. 

Door het gebrek aan onderzoek en het feit dat klachten niet altijd passend worden herkend en/of behandeld, krijgen mensen met cluster C soms geen of niet tijdig de juiste behandeling. Daarom is het belangrijk om meer bewustzijn te creëeren. Dit onderzoek draagt hieraan bij door te onderzoeken in hoeverre de klachten samenhangen met de kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van mensen met een cluster C persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast is er gekeken naar de kosten die ermee gepaard gaan, zoals zorgkosten en maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld omdat mensen (tijdelijk) minder kunnen werken. Ook zijn de ervaringen van mensen met een cluster C persoonlijkheidsstoornis vergeleken met die van een groep mensen zonder ernstige psychische klachten. Door beter in kaart te brengen wat de impact van cluster C persoonlijkheidsstoornissen is, kunnen beleidsmakers, zorgverzekeraars en zorgorganisaties worden gestimuleerd om meer aandacht te besteden aan passende behandeling en preventie6,7.

Aan het onderzoek deden 375 volwassenen met een cluster C persoonlijkheidsstoornis en 92 mensen zonder persoonlijkheidsstoornis mee. De deelnemers vulden vragenlijsten in en namen deel aan een interview over hun kwaliteit van leven, hun dagelijks functioneren en de kosten die zij in de afgelopen weken hebben gemaakt. Dit onderzoek maakt deel uit van het QUEST-CLC onderzoek8. Meer informatie hierover is te vinden op: https://www.quest-clc.socsci.uva.nl.

De resultaten laten zien dat mensen met een cluster C persoonlijkheidsstoornis gemiddeld een lagere kwaliteit van leven ervaren dan de controlegroep. Daarnaast bleek dat de lijdensdruk hoger was dan in onderzoeken naar angst- en stemmingsstoornissen. Ook werden er gemiddeld hogere maatschappelijke kosten gevonden. Er werd aangetoond dat de kosten vergelijkbaar zijn met die van mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Tussen de verschillende cluster C persoonlijkheidsstoornissen onderling werden geen duidelijke verschillen gevonden. 

De maatschappelijke kosten per persoon met een cluster C persoonlijkheidsstoornis werden geschat tussen €27.355 en €60.454 per jaar, afhankelijk van de gebruikte meetmethode. Deze kosten lagen 2,8 tot 4,2 keer hoger dan bij de controlegroep. 56% van de totale kosten was veroorzaakt door productiviteitsverlies op werk, bijvoorbeeld door ziekte of minder goed op werk kunnen functioneren. Dit is ook terug te zien in hogere werkloosheid binnen de groep en meer zorgkosten met betrekking tot bijvoorbeeld een arboarts, of re-integratietrajecten. Naast verminderd functioneren op werk, werden ook gemiste uren in het huishouden en de opleiding gevonden. Deze kosten duiden erop dat mensen met cluster C veel last ervaren in het dagelijks functioneren. Na het productiviteitsverlies kwamen de meeste kosten voort uit informele zorg, zoals hulp van vrienden, familie en anderen. 

Ten slotte waren er ook hogere zorgkosten bij de cluster C groep dan bij de controle groep. Hiervan betrof 56.4% ambulante hulp bij een GGZ-instelling, waaruit zou kunnen blijken dat de behoefte aan therapie hoog is. Deze behoefte aan hulp is ook terug te zien in andere kostenposten, zoals huisartsbezoeken, afspraken met een sociaal werker of een GGZ-verpleegkundige. Verder waren er hogere kosten met betrekking tot het gebruik van psychofarmaca, medicatie voor mentale klachten, wat zowel wijst op meer lijdensdruk, maar ook op aanwezigheid van andere comorbide mentale stoornissen die vaak gepaard gaan met cluster C, zoals angst en depressieve stoornissen.

Effectieve behandeling kan niet alleen bijdragen aan een betere kwaliteit van leven, maar mogelijk ook maatschappelijke kosten verminderen (ongeveer €19.934 tot €38.551 per persoon per jaar). Een groot deel van de kosten bleek samen te hangen met productiviteitsverlies (bijvoorbeeld door ziekteverzuim of minder kunnen werken) en steun van naasten (informele zorg). Op basis van deze bevindingen kan het voor behandelaren waardevol zijn om meer aandacht te besteden aan de werksituatie en aan mogelijkheden om de belasting van het sociale netwerk te verminderen.

Dit onderzoek laat zien dat cluster C persoonlijkheidsstoornissen een grote invloed kunnen hebben op het dagelijks leven en gepaard gaan met een grote lijdensdruk. Daarom zijn tijdige herkenning en passende behandeling belangrijk, zowel voor het welzijn van de persoon zelf als voor de mensen om hen heen en de samenleving als geheel.

Bronnen

1 American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. American Psychiatric Association. https://doi.org/10.1176/appi.books.9780890425596

2  Feenstra, D. J., Hutsebaut, J., Laurenssen, E. M. P., Verheul, R., Busschbach, J. J. V., & Soeteman, D. I. (2012). The Burden of Disease Among Adolescents with Personality Pathology: Quality of Life and Costs. Journal of Personality Disorders, 26(4), 593–604. https://doi.org/10.1521/pedi.2012.26.4.593

Chen, H., Cohen, P., Crawford, T. N., Kasen, S., Johnson, J. G., & Berenson, K. (2006). Relative impact of young adult personality disorders on subsequent quality of life: Findings of a community-based longitudinal study. Journal of Personality Disorders, 20(5), 510–523. https://doi.org/10.1521/pedi.2006.20.5.510

Torgensen, S. (2012). Epidemiology. In T. Widiger (Ed.), The Oxford handbook of personality disorders (pp. 186–205). Oxford University Press.

5 Hutsebaut, J., Willemsen, E. M. C., & Van, H. L. (2018). Time for cluster C personality disorders: state of the art. Tijdschrift Voor Psychiatrie, 60(5), 306–314.

6 Jo, C. (2014). Cost-of-illness studies: concepts, scopes, and methods. Clinical and Molecular Hepatology, 20(4), 327. https://doi.org/10.3350/cmh.2014.20.4.32

7 Rice, D. P. (2000). Cost of illness studies: what is good about them? Injury Prevention, 6(3), 177–179. https://doi.org/10.1136/ip.6.3.177

8 Groot, I. Z., Venhuizen, A.-S. S. M., Bachrach, N., Walhout, S., de Moor, B., Nikkels, K., Dalmeijer, S., Maarschalkerweerd, M., van Aalderen, J. R., de Lange, H., Wichers, R., Hollander, A. Ph., Evers, S. M. A. A., Grasman, R. P. P. P., & Arntz, A. (2022). Design of an RCT on cost-effectiveness of group schema therapy versus individual schema therapy for patients with Cluster-C personality disorder: the QUEST-CLC study protocol. BMC Psychiatry, 22(1), 637. https://doi.org/10.1186/s12888-022-04248-9

Schuiven naar boven